WITTGENSTEINS BETEKENIS

leestijd plm. 6 min.


Het boek ‘Wittgensteins betekenis. Hoe taal, handelen & wereld betekenis bepalen’ van Martin Stokhof hebben we op 11 maart 2026 besproken. De auteur is emeritus hoogleraar taalfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Tsinghua Universiteit in Beijing. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar semantiek maar ook over Wittgenstein. Hij schrijft over zichzelf  “Wittgenstein has been an ongoing interest, in particular the contents of his ethical and religious views and their ontological and epistemological status.”

Ludwig Wittgenstein (1889-1951) heeft heel veel geschreven over tal van onderwerpen en lang niet alles daarvan is gepubliceerd. Voor zijn boek heeft Stokhof gekozen voor het begrip ‘betekenis’. Hij behandelt hoe Wittgenstein dit begrip heeft onderzocht in ons spreken en handelen, maar ook welke betekenis Wittgenstein nu nog voor ons heeft.

Het eerste hoofdstuk heeft als titel ‘Betekenis en logica: de zuiverheid van het absolute’. Hier wordt vooral Wittgensteins bekendste boek, de ‘Tractatus’ (1921), geanalyseerd. In het voorwoord van dit boek schrijft hij dat filosofische problemen geen echte problemen zijn, maar het resultaat van onbegrip omdat we niet begrijpen hoe de taal werkt. “Taal is  … elke vorm van betekenisvolle taal, en wat betekenis en wat betekenis mogelijk maakt wordt bepaald door een eenduidig en absoluut kader: de logica.” |Voor de ethische aspecten van het leven schiet de taal echter tekort. Dit is wel waar het in ons leven werkelijk over gaat maar we kunnen er niet betekenisvol over spreken.

Het volgende hoofdstuk heet ‘Betekenis en gebruik. De concreetheid van het alledaagse’. Het behandelt het andere bekende boek van Wittgenstein: ‘Filosofische onderzoekingen’ (1945). Dit boek is totaal anders dan de Tractatus en pas na zijn dood in 1953 gepubliceerd. Hoe leren we een taal te gebruiken? Er zijn veel manieren waarop we woorden leren en daardoor zijn er ook veel manieren waarop woorden betekenis krijgen. “Wittgenstein benadert de taal … via het gebruik dat we ervan maken, en beschouwt bovendien het gebruik van taal als nauw verweven met andere vormen van handelen.” Wittgenstein heef hier het begrip taalspel geïntroduceerd: “de taal en de activiteiten waarmee de taal verbonden is”. Het essentiële aspect voor betekenis is het gebruik van een woord in een taalspel. “Betekenis ontstaat in gebruik, en gebruik is een uitdrukking van onze levensvorm.”

Hoofdstuk 3 ‘Zekerheid: Randvoorwaarde van betekenis’ gaat over Wittgensteins boek ‘Over Zekerheid’.  Dit werk van Wittgenstein was bij zijn overlijden nog niet gereed voor publicatie en is door anderen voltooid. In zijn aantekeningen over het begrip zekerheid worden ook afwijkende gedachten gevonden. Wittgenstein toont dat het concept taalspel niet hoeft te leiden tot relativisme of scepticisme. Radicaal scepticisme moet verworpen worden want “twijfel heeft alleen zin als er concrete en praktische redenen zijn om te twijfelen” en “praktische twijfel kan worden opgelost door gronden te geven”.  … “Filosofische twijfel daarentegen is twijfel die geen einde kent, … maar deze vorm van twijfel [is] niet productief”. Tegenover de twijfel staat zekerheid en zekerheid maakt kennis mogelijk. Kennis hoeft echter geen waarheid te representeren, ook al zouden we dat denken. We kunnen ons vergissen en in een ander taalspel zou die zekere kennis onwaar kunnen blijken te zijn. “Er is dus pluralisme al het gaat om zekerheid”.

Het vierde hoofdstuk ‘Betekenis als zingeving: kunst, rituelen, ethiek en religie’ beschrijft hoe Wittgenstein een uniform betekenisbegrip ontwikkelt: “alleen wat een contingente bewering is, is betekenisvol”. Een pluriforme benadering van het begrip betekenis kan een antwoord geven op vragen waar de methodiek van de Tractatus niet werkt. Wittgenstein behandelt de esthetica als een op regels gebaseerde praktijk waarin een specifiek soort ervaring centraal staat. Onze waardering voor objecten volgt namelijk normen en die moeten we leren. Zo kan een esthetische praktijk ontstaan.

Rituelen bestaan uit handelingen en overtuigingen, maar gaan niet over verklaringen. “Rituelen gaan over symbolisering, over uitdrukking en bevrediging.“ De betekenis ervan is dus heel anders dan in een wetenschappelijke theorie (ook al kunnen ze wel wetenschappelijk onderzocht worden). “Het is een manier van zien, een manier om betekenis te geven aan centrale aspecten van onze menselijke zijnswijze”.

Uit de Tractatus volgt dat over ethische waarden geen betekenisvolle uitspraken kunnen worden gedaan. Ethische waarden zijn absoluut en daarom onbespreekbaar. In zijn latere werk ontwikkelt Wittgenstein een pluralistische visie op betekenis. In de context van een bepaald taalspel kunnen de ethische uitspraken wel een betekenis hebben. Auteur Stokhof geeft hierna enkele citaten uit ‘Wittgensteins Notebooks 1914-1916’ waarvan de inhoud correspondeert met de Ethica van Spinoza, Opvallend is dat Wittgenstein Spinoza alleen in een dagboek vermeldt maar nergens in zijn filosofische geschriften. Stokhof wijst evenmin op de overeenkomst van met het werk van Spinoza. “… we zijn in ieder geval in zekere zin afhankelijk en waar we van afhankelijk zijn kunnen we God noemen. In die zin zou God gewoon het lot zijn, of, wat hetzelfde is: de wereld – die onafhankelijk is van onze wil”.

Over religie lijkt het denken van Wittgenstein sterk op dat van ethiek. “’God’ is geen aanduiding van een persoonlijke god zoals die voorkomt in veel godsdienstige systemen.” Wittgenstein: “God is hoe de dingen ervoor staan”. Hij maakt een onderscheid tussen dogmatische religie en religie in ethische zin. Wittgenstein: “En het doet er absoluut niet toe of de woorden die worden gebruikt waar of onwaar of onzin zijn”. Ethiek en religie zijn geen theorieën. Een religieuze overtuiging staat los van feitelijke overwegingen. “Een religieuze overtuiging is geen kwestie van intellect maar van passie”.

Het laatste hoofdstuk heet ‘Wittgensteins betekenis: leven en werk’. Wittgenstein was een veelzijdig persoon en heeft over veel takken van wetenschap geschreven. Een deel hiervan is nog steeds relevant, maar soms is het achterhaald of was Wittgenstein gewoon onjuist of. Je kunt je afvragen of Stokhof de betekenis van Wittgenstein voor onderwerpen buiten de logica en filosofie niet enigszins overdrijft. Zodra het over de filosofie gaat schrijft Stokhof dat de huidige betekenis van Wittgenstein een gemengd beeld oplevert. “Wittgensteins invloed in de jaren zestig en zeventig is vooral groot in de Angelsaksische analytische filosofie en dan met name in de stroming die bekend staat als ‘filosofie van de dagelijkse taal’”. Stokhof ziet Wittgensteins visie in de Tractatus enerzijds als revolutionair maar anderzijds als traditioneel. In zijn latere werk is de breuk met de traditie wel radicaal. “Filosofie verschilt … van wetenschap, niet in onderwerp maar in methode. …  En daarmee staat niet de waarheid centraal  maar betekenis”. Samenvattend schrijft Stokhof  “Gedurende zijn hele leven is Wittgensteins overtuiging dat filosofie ook een morele uitdaging is. De helderheid waar filosofie naar moet streven is niet alleen een helderheid van ideeën maar ook een helderheid van onze houding ten opzichte van de wereld”.

In de inleiding van ‘Wittgensteins Betekenis’ schrijft Stokhof: “Dit boek is nadrukkelijk geen academische verhandeling. Het beoogt een geïnteresseerde, maar nog niet ingevoerde lezer een eerste kennismaking te bieden met enkele centrale thema’s uit Wittgensteins werk”. In zijn opzet is de auteur niet volledig geslaagd. Regelmatig worden woorden gebruikt die niet bij de talenschat van een gewone ontwikkelde lezer behoren. Verder heeft de auteur een ietwat stroeve schrijfstijl en in combinatie met het dikwijls abstracte denken van Wittgenstein is dat een lastige combinatie. Het is zeker wel een interessant boek en in het laatste hoofdstuk geeft Stokhof een mooi overzicht van het thema Betekenis.

Willem van Maren