Verslag van de bijeenkomst op 23 september 2021

leestijd plm. 5 min.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Theo de Wit
Op 23 september kwam de filosofieclub voor het eerst sinds lange tijd weer bijeen in het studiecentrum van de OU in Utrecht. We bespraken het boek ‘Waarom tolerantie nooit de hoogste waarde kan zijn. Over de omgang met heilige zaken’ van Marin Terpstra en Theo de Wit.

Tolerantie is een begrip dat regelmatig ter discussie staat en het boek is daarom heel actueel. In een opiniestuk in het RD van 03-06-2019 schrijft Theo de Wit: Tolerantie is de aanvaarding van praktijken, handelingen en overtuigingen die je tegelijkertijd hartgrondig afwijst. …..
Goed begrepen tolerantie staat altijd in dienst van een hoger goed [een heilige zaak], dat door haar wordt beschermd en dat de tolerantie tegelijkertijd begrenst. Zij kan dus nóóit zélf de hoogste waarde zijn. Wie tolerantie bijvoorbeeld bepleit omdat zij de ”open samenleving” mogelijk maakt, geeft daarmee aan dat deze open samenleving zelf niét prijsgegeven kan worden. Wordt deze (ernstig) bedreigd, dan naderen we ook de grens van de tolerantie.’ De heilige zaken of hoogste waarden zijn de onderwerpen die voor ons niet ter discussie staan en waarbij we geen concessies wensen te doen aan andere opvattingen. De auteurs geven niet aan welke zaken heilig zouden kunnen zijn maar behandelen alleen onze (mogelijke) houding tot die onderwerpen. Een mogelijke grens voor onze tolerantie is bijv. het gebruik van geweld.

In een interview in Trouw (25-11-2019) zegt Terpstra “Tolerant ben je als je beseft dat er geen ideale oplossingen bestaan. …. Tolerantie begint bij onenigheid”.

Het is waarschijnlijk geen toeval dat juist twee kranten met een  levensbeschouwelijke achtergrond ruim aandacht gaven aan het boek van Terpstra en De Wit. De twee auteurs schrijven ook vanuit een levensbeschouwing, niet de reformatorische maar die van het Rooms-Katholicisme. Hierin zijn ze consequent en bij de behandeling van het onderwerp tolerantie gaan ze met grote stappen door de geschiedenis over de opvattingen van de RK Kerk, op het onvolledige af.

De RK Kerk heeft haar opvattingen in de loop van de tijd soms sterk veranderd. Zo schrijft Terpstra (p. 53): ‘Men kan geen vrijheid schenken en dan straffend optreden als mensen in vrijheid een andere keuze maken dan de toezichthouder wenst. Maar omgekeerd kan de geschonken vrijheid ook geen vrijbrief zijn. De Kerk kan haar waarheidsaanspraak volhouden, maar geen interpretatiemonopolie opeisen. Door dit verschil te maken heeft de kerk afstand genomen van de oude leer van de twee machten en bovenal van de onderschikking van wereldlijke aan geestelijke macht.’ Als hij de (negatieve) reactie van tijdgenoten op Hobbes en Spinoza beschrijft zegt hij (p. 216): ‘Men miskent hier dat godsdienst en het daarmee verbonden spreken over het goddelijke – theologie – allereerst over eerbied gaat, niet over waarheid, al of niet geopenbaard. Religio gaat over pietas, niet over veritas.’ Als lezer wil je dan toch wel weten waarom de RK Kerk zo’n grote wending heeft gemaakt. Is het een aanpassing aan de liberale democratie die nu in de westerse wereld dominant is en waarvoor een belangrijk kenmerk ligt in het onderscheid tussen waarheid en rechtvaardigheid? De Wit (p. 256): ‘Daarbij ligt het niet op de weg van de staat om via een democratische meerderheid afwijkende meningen te verbieden.’

De auteurs, en met name Terpstra, nemen een lange aanloop om het begrip tolerantie te onderzoeken. Het concept tolerantie wordt vanuit veel perspectieven beschreven. Belangrijke filosofen zijn voor hen vooral Thomas Hobbes,  Baruch de Spinoza en Immanuel Kant, maar ook Hannah Arendt, Odo Marquard en Avishai Margalit. Het boek noemt nog veel meer denkers en sommige hoofdstukken tonen vooral de belezenheid van de auteurs.

Bij onze bespreking was niemand enthousiast over het boek. Het werk is een bundel waarvan veel hoofdstukken al eerder gepubliceerd waren, maar er zijn ook enkele speciaal voor dit boek geschreven. Niet alle hoofdstukken zijn even relevant en een heldere lijn ontbreekt. De sterke nadruk op de theologie van de RK Kerk is opvallend voor een niet-theologisch boek in 2019. Verder verschillen de twee auteurs nogal in schrijfstijl. Het boek zou baat gehad hebben bij een redacteur met een straffe hand.

Hoewel we niet erg positief waren over het boek bevat het wel interessante vragen. Hierdoor ontstond er toch een geanimeerde discussie.

Het volgende boek is “Ruw ontwaken uit de neo-liberale droom en de eigenheid van het Europese continent’ van Gabriel van de Brink. Het boek is op dit ogenblik uitverkocht maar op 4 oktober verschijnt een herdruk. We bespreken het boek medio december 2021, waarschijnlijk in het studiecentrum van de OU. De exacte datum is nog niet bekend maar zal begin december worden vastgesteld .

Op de achterflap van het boek lezen we: ‘Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw werd in tal van landen het liberale denken dominant. Ook in Nederland koos de overheid als het even kon voor deregulering, privatisering en marktwerking. Bovendien zette het Westen na het vallen van de Berlijnse Muur vol enthousiasme in op wereldwijde vrijhandel. Hoewel die agenda ontegenzeggelijk voordelen had, bracht ze ook problemen mee, zoals een groeiende ongelijkheid tussen rijk en arm, flexibilisering van de vaste baan, meer asociaal gedrag en een breed levend gevoel dat de nationale gemeenschap erodeert. De bestuurlijke elite leek nauwelijks te begrijpen wat er gaande was. Zowel links als rechts van het politieke midden bleef men vasthouden aan liberale denkwijzen. Juist dat bood ruimte aan rechts-populistische politici die het onbehagen uitbuitten en de polarisatie verder opvoerden. Niet zonder succes, zoals de verkiezingsuitslagen in de meeste Europese landen laten zien. Hoewel velen zich daarover bezorgd tonen, hebben slechts weinigen een helder antwoord op de vraag wat er met de Nederlandse samenleving is gebeurd. Die vraag komt in dit boek op genuanceerde wijze aan bod, waarbij tevens duidelijk wordt in welke richting we de huidige problemen kunnen oplossen. Het geheel wordt afgesloten met een nawoord over de coronacrisis.’