Verslag van de bijeenkomst op 19 september 2020

leestijd plm. 5 min.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Ondanks de beperkingen die de Corona-crisis ons oplegt hebben we weer eens kunnen samenkomen, nu niet in het studiecentrum van de OU, maar in een zonnige theetuin in Driebergen. We bespraken het boek ‘Kinderen van Apate. Over leugens en waarachtigheid.’ van Alicja Gescinska. Het boek was dit jaar het essay van de maand van de filosofie.
Bij de oude Grieken was Apate de godin van de misleiding en haar specialisme is een verschijnsel van alle tijden. Toch hadden we vijf jaar geleden nog nooit gehoord van post-truth of alternatieve feiten. Nu wordt er in de krant opeens voortdurend naar verwezen. Wat moeten we hiermee aan? Gescinska probeert antwoord te geven op deze vraag.

Waar komen die moderne vormen van misleiding vandaan? De schrijfster onderzoekt eerst het postmoderne relativisme. Is dit de oorzaak van de huidige politieke cultuur en de vermeende dood van de waarheid? Nee, want “De ziekte van de huidige politieke cultuur is veeleer die van het grote eigen gelijk, niet die van ‘ieder zijn gelijk is gelijk’”. Is het een intrinsiek mankement van de liberale democratie? Evenmin. “In naam van de verdraagzaamheid en de gelijkheid en gelijkwaardigheid van mensen moeten we denkbeelden tolereren of accepteren, die grenzen aan het intolerante en inacceptabele”. Of is het misschien omdat de leugen kan lonen? Niet altijd, maar soms misschien wel, want “Als de slinger van vereenvoudiging en overdrijving doorslaat, komt de waarheid geheel in de verdrukking”.

Vervolgens analyseert Gescinska de leugen. Ze schrijft: “Eerder dan onwaarheid is onwaarachtigheid een fundamentele eigenschap van de leugen” en ook “Een onjuiste opvatting of overtuiging hebben, is niet noodzakelijk een teken van leugenachtigheid.” Uiteindelijk presenteert ze een beschrijving van de leugen met vijf kenmerken. “De leugen is herkenbaar aan (1) de intentie om te misleiden of te manipuleren middels (2) een (niet-noodzakelijk talige) bewering waarvan men (3) gelooft dat zij onwaar is. De misleiding kan (4) jezelf of anderen betreffen en de bewering die gebruikt wordt, kan (5) verschillende morele statussen hebben: neutreaal, immoreel of moreel verantwoord.” Het essentiële kenmerk is de intentie, en dus niet het effect van de leugen. ”Waarheid toets je aan de feiten, waarachtigheid aan intenties.”

Waarachigheid ontstaat door oprechtheid en authenticiteit, het is een morele deugd. Oprechtheid is de waarachtigheid tegenover anderen en authenticiteit de waarachtigheid tegenover jezelf. Voor Heidegger was authenticiteit een kernbegrip en in dezelfde alinea noemt Gescinska ook Sartre. Is dit tweetal altijd oprecht geweest, met name in hun houding ten opzichte van de politiek? De schrijfster laat zich hier niet over uit.

De leugen staat op gespannen voet met de vrijheid. “Wie gemanipuleerd en misleid wordt, ziet zijn vrijheid aangetast.  ….  Waarachtigheid is daarom een fundamentele voorwaarde voor een democratische samenleving.” De vroegere Tsjechisch-Slowaakse (en later Tsjechische) president Vaclav Havel  zei hierover: “Als een waarheid niet volledige vrijheid wordt gegeven, is de vrijheid niet volledig”. Zie ook De-macht-der-machtelozen-Havel.  Bij het thema vrijheid verwijst Gescinska o.a. ook naar filosofen als Immanuel Kant, Hannah Arendt en Emmanuel Levinas.

Het nawoord van het boek heeft als titel ‘Filosofie als uitweg’. Wat geeft Gescinska als oplossing? Het is immers zinloos om een leugen alleen maar met feiten en feitenkennis te bestrijden. Zij zegt: “We moeten naar waarachtigheid streven, niet alleen naar waarheid”. We moeten ook de politiek als ambacht herwaarderen. Vaclav Havel had al opgemerkt dat wie zegt dat de politiek onfatsoenlijk is ertoe bijdraagt dat de politiek zo wordt. Zelfkennis kan alleen uit zelftwijfel voortkomen. Een basisingrediënt voor de waarachtigheid zou zelftwijfel moeten zijn. Filosofische twijfel is belangrijker dan het factchecken. Hans-Georg Gadamer zie ooit: “Der Andere könnte Recht haben”.

Vooraf aan onze bijeenkomst hadden enkele leden van onze filosofieclub hun mening over het boek al schriftelijk gegeven en het is opvallend dat hun oordeel over de oplossing nogal verschilde. Een persoon schreef: “Na het stellige en goed geargumenteerde betoog over waarachtigheid en leugen vond ik het nawoord wat slapjes. Het is een nogal onbevredigende conclusie dat de leugenachtigheid in de politiek bestreden zou kunnen worden door meer zelftwijfel en door beter naar elkaar te luisteren. Dat is een uitstekend advies voor iedereen die het goede wil. Maar willen alle mensen wel het goede?” Een tweede persoon had een ander oordeel: “Wat mij aanspreekt in het boek is dat Gescinska, nadat zij de problematiek heeft geschetst en geanalyseerd, ook met suggesties komt hoe de problematiek het hoofd geboden kan worden. Kortom: een boek waar ik iets mee kan.

Algemeen was de opvatting dat het boek mooi en helder is geschreven is en ook de inhoud werd door ons heel positief beoordeeld.


Ons volgende boek is ‘Het grote wereldtoneel’ van de historicus en filosoof Philipp Blom. Het boek gaat over onze houding ten opzichte van de vele veranderingen die gaande zijn. Blom is over dit werk geïnterviewd bij het tv-programma Buitenhof op 20 september 2020. Zie: buitenhof philipp-blom-2020 en eventueel ook buitenhof philipp-blom~2017

In de NRC van 12 september 2020 schreef Christiaan Weijts over dit boek: De Duitse denker Philipp Blom publiceerde onlangs een beschouwing, Het grote wereldtoneel, waarin hij de menselijke geschiedenis opvat als een toneelvloer waarin het maatschappelijk leven gevormd wordt door wisselende verhalen. Het was in eerste instantie een opdracht voor de jubilerende Salzburger Festspiele, maar kreeg door de coronapandemie een extra lading, legt Blom uit in een extra slothoofdstuk, waarin hij de parallel legt tussen de pandemie en de aardbeving van Lissabon van 1755. Die was voor Europese denkers de kiem voor het Verlichtingsdenken, dat twijfelde aan het dominante verhaal: hoe kan een almachtige en liefdevolle god zo veel leed toestaan?”

We weten nog niet of we t.z.t. weer bij elkaar kunnen komen voor de bespreking of dat we moeten terugvallen op een schriftelijke behandeling. In december verwachten we meer te weten.