Alicja Gescinska – Vrouwen in duistere tijden

leestijd plm. 5 min.


In juni 2026 hebben we van gedachten gewisseld over het boek ‘Vrouwen in duistere tijden. Tien denkers van blijvende betekenis’ van de Belgische filosofe Alicja Gescinska. De duistere tijden waar de titel naar verwijst liggen in de twintigste eeuw. De tien vrouwen hebben allen de negatieve aspecten van die eeuw ten volle meegemaakt. De meesten van hen hadden een Joodse achtergrond en ze kwamen vooral uit Centraal Europa, een geografisch begrip dat na de Twee Wereldoorlog opeens niet meer bestond.

In het voorwoord schrijft Gescinska: “Het is een aanklacht tegen het kwaad en een ode aan het goede waartoe de mens in staat is”. Over de tien geselecteerde vrouwen: “Ze zijn bewonderenswaardig omdat ze allemaal het kwaad in de ogen hebben gekeken en hun rug recht hebben gehouden” en ook “Wat de vrouwen met elkaar delen is dat hun denken lijdt onder een chronisch gebrek aan aandacht”.

In de inleiding vertelt Gescinska dat ze zeven jaar oud was toen haar ouders met hun kinderen uit Polen naar België vluchtten omdat ze vrijheid zochten. Op een bepaalde manier voelt de schijfster zich nog steeds ontheemd en dat maakt haar boek heel persoonlijk, maar ze schrijft ook: “Er kan dus ook heel veel moois ontstaan uit migratie; uit ontheemding worden nieuwe dromen en nieuwe levens geboren.” Gescinska besefte al jong dat vrijheid geen vanzelfsprekendheid is. Het is een verworvenheid die makkelijk verloren kan gaan. Het achterliggende kwaad dat de slachtoffers van de twintigste eeuw ondergingen is de onverschilligheid.  

Wie zijn de tien beschreven vrouwen personen en waardoor waren het (en niet alleen voor hen) duistere tijden? Rosa Luxemburg is neergeschoten om haar politieke opvattingen. Etty Hillesum en Edith Stein zijn  vermoord in Auschwitz. De eerste man van de dichteres Anna Achmatova werd geëxecuteerd. Haar derde echtgenoot stierf in de goelag. Hannah Arendt moest vluchten, evenals een vriend van haar die onderweg zelfmoord pleegde. Als journalist beschreef Martha Gellhorn de uitzichtloze situatie in de Amerikaanse dustbowl van de jaren dertig. Daarna versloeg ze de Spaanse Burgeroorlog, de invasie in Normandië in 1944 en in 1945 bereikte ze het concentratiekamp Dachau, op de dag waarop de Duitsers zich overgaven. De Franse filosofe Simone Weil zag van dichtbij de gevolgen van het communisme en nationaal-socialisme en moest als Jodin vluchten. De ouders van de filosofe Jeanne Hersch kwamen uit Polen en Litouwen en waren in 1904 naar Zwitserland gevlucht. Hersch studeerde In Zwitserland en daarna ook in Duitsland waar ze de opkomt van het nationaal-socialisme meemaakte. In 1939 logeerde ze bij haar joodse familie in Polen en een week voor de inval van de Duitsers riep haar vader haar terug. Net op tijd, vrijwel haar gehele Poolse familie werd in de oorlog vermoord. Filosofe Barbara Skarga overleefde elf jaar goelag. Filosofe Judith Shklar moest eindeloos vluchten en leed onder antisemitisme en seksisme. 

Deze opsomming van ellende geeft geen goed beeld van het boek dat met veel empathie is geschreven. Het bijzondere is dat al deze personen een voorbeeld zijn van moedig en inspirerend gedrag onder moeilijke omstandigheden, maar het voert te ver om dat hier allemaal te beschrijven.

In het nawoord lezen we “De mens leeft niet in een historisch vacuüm; het is haast verbazend dat dit nog gezegd moet worden. Je kunt het huidige tijdsgewricht alleen begrijpen in relatie tot de wereld van vroeger  … Precies daarom is kijken naar het verleden zo relevant voor het heden.  …  Al de vrouwen in dit boek zouden niet zijn geweest wie ze waren mochten ze niet hun krachten en hun geloof hebben kunnen blijven halen uit de vriendschappen in hun leven.”  Gescinska geeft hier een positief advies aan haar lezers: “leef ! Leef volgens en voor je overtuigingen.”

Alicja Gescinska was met het voorgaande nog niet uitgeschreven. Er volgen drie bijlagen. De eerste heeft als titel ‘Drie mannen in duistere tijden’. Dat zijn Isaiah Berlin, Czeslaw Milosz en Leszek Kolakowski. De geschiedenis van deze mannen heeft veel gemeen met die van de tien vrouwen. Enkelen van die vrouwen en mannen hebben elkaar ook heel goed gekend. De tweede bijlage beschrijft de Duitser Max Scheler, een van de grondleggers van de fenomenologie en in zijn tijd heel beroemd. Hij overleed in 1928 en heeft de grootste ellende van de duistere tijden daardoor niet meegemaakt. Als filosoof heeft hij met name het gevoel van ressentiment en haat onderzocht. Een belangrijk aspect van zijn werk was het thema zelfontplooiing. “Niet zelfbehoud, maar zelfontplooiing is wat de mens tot mens maakt.” En, hoe moeten we ons tot andere mensen verhouden? Volgens Scheler is ons empathisch vermogen nauw verbonden met een welwillendheid als levenshouding.

Filosofie is nooit ver weg in het boek en in bijlage 3 komt dat echt naar voren. Gescinska behandelt drie vrijheden: negatieve, positieve en republikeinse vrijheid. De begrippen negatieve en positieve vrijheid zijn bekend geworden door het boek ‘Two concepts of liberty’  van Isaiah Berlin ook al heeft hij die tweedeling niet zelf bedacht. Er is een derde visie op vrijheid die al door Tacitus werd beschreven. Dit is de republikeinse vrijheid; het vrij zijn van ongelijke machtsverhoudingen en dominantie. Het boek besluit met een citaat van Kolakowski over vrijheid: “de grootste schat van de mensheid … Het is echter een schat die, gelijk lucht, bijna onwaarneembaar is, zolang wij hem niet missen.” 

We beoordeelden het boek heel positief. Het is mooi en met veel gevoel geschreven en het brengt bijzondere personen naar voren. Wij stonden niet alleen in onze waardering. Het werk stond na onze keus wekenlang op de bestsellerlijst en één week zelfs op de eerste plaats. 

Door de structuur van het boek bleek helaas dat een grondige bespreking vanuit filosofisch perspectief nogal lastig is. We hadden er aanvankelijk voor gekozen om het boek in twee etappes te behandelen, maar daar is nu van af gezien.

Voor wie alleen nog maar de eerste helft van het boek heeft gelezen is het beslist de moeite waard om het boek helemaal uit te lezen.  

Willem van Maren